Inbakeren

Inbakeren van de baby

Inbakeren kan rust geven aan onrustige baby’s.
Baby’s die

  • moeilijk op eigen kracht in slaap komen
  • erg bewegelijk zijn en zichzelf daardoor wakker houden of maken
  • die telkens kort slapen, niet goed uitrusten, moe en prikkelbaar worden, steeds maar kleine beetjes drinken en ontevreden blijven.

Inbakeren kan voor echte huilbaby’s of kinderen met een ingesleten verkeerd slaappatroon soms voor grote veranderingen zorgen maar meestal vooral in combinatie met opvoeden van de ouders in een anderen omgang met hun kind. De eerste drie maanden zijn zowel kind al ouders alleen nog maar aan het wennen aan elkaar en het nieuwe leven buiten de baarmoeder

In de eerste levensweek, de week die wij meemaken in het gezin met de nieuwe baby, zullen er meestal nog niet zo veel grote verstoringen zijn die er voor zorgen dat een baby onrustig is. Onrust komt dan vaak simpelweg door :

vaders en moeders:

  • moe van de bevalling en de grote omschakeling van dag- en nachtritme
  • hun onervarenheid met de nieuwe verantwoording voor een kind
  • zij kunnen daardoor onrust en onzekerheid uitstralen.

Een pasgeboren baby:

  • moet wennen niet meer contante voedingaanvoer te krijgen
  • niet meer in een koesterend, warm, wiegend en borrelend moederlijf te zitten.
  • moe en misselijk kan zijn tot 1 á 3 dagen na de geboorte
  • darmen op gang moeten gaan komen als de meconium los gaat komen
  • voeding moet gaan leren verteren in steeds grotere hoeveelheden
  • pauzes moet gaan leren maken van 2,3 of 4 uur tussen voedingen

Het is een belangrijke taak voor ons om in de kraamweek de ouders en het kind zo goed mogelijk met elkaar om te laten gaan en bij onrust handreikingen te geven.
De inbakerdoek kan een leuke oplossing zijn in sommige situaties maar eerst moet je een aantal dingen op een rij zetten.

  • Heb je te maken met een gezond kind ( koorts, luchtweginfecties of hoofdpijn na een kunstverlossing )
  • Eet het kind goed (heeft het geen honger).
  • Hoe gaat het met de borstvoeding ( zuigt een kind goed en komt de voeding op gang en op appel voeden betekent dat je het kind de hele dag goed in het oog moet hebben).
  • Hoe gaan ouders met hun kind om ( overbezorgd, afstandelijk of onrustig ).
  • Waar slaapt het kind ( in een stil, groot bed mist het kind geborgenheid en warmte ).

HOE BAKER JE EEN KIND IN

Inbakeren Doe je met een of twee doeken, van schouder tot tenen zo begrenzen dat bewegingen beperkt worden. Een doek is om de armen te fixeren. De tweede doek is voor de beentjes en die gebruiken wij niet in de eerste 6 maanden. De eerste 6 maanden doe je armen wat steviger inbakeren en geef je benen wat meer ruimte voor de ontwikkeling van de heupgewrichten.

Met inbakeren kan je armen fixeren langs het lijfje met de handjes op de heupen. Je kan ook inbakeren met gebogen armpjes zodat het kind in een natuurlijke houding met zijn knuistjes vlak bij zijn mondje kan liggen. Voor het inbakeren met gebogen armpjes is er een speciale doek om gebogen armpjes beter te kunnen fixeren.

WANNEER KAN JE BETER NIET INBAKEREN

  • Bij temperatuursverhoging boven 37.5º ( niet te warm kleden bij voorkeur katoen en geen synthetische of wollen kleding, en temperatuur vaker controleren bij inbakeren.)
  • Bij verdenking op heupdysplasie bij kinderen die in stuitligging geboren zijn, maar eigenlijk bij alle baby´s tot 6 maanden i.v.m de optimale heupontwikkeling.
  • Bij luchtweginfecties moet een kind zo vrij mogelijk kunnen ademen.

WAAR JE VERDER NOG OP MOET LETTEN

    Een ingebakerd kind moet je continu in het oog houden.

  • Wegleggen kan een negatief effect hebben op de moeder/kind binding.
  • Als je een kind in zicht houdt heb je sneller door dat het kind zich niet lekker voelt.
  • Doordat het kind dieper slaapt maakt het een grotere kans op ademstilstand en dus wiegendood.
  • De kans op oververhitting is bij strak inbakeren groot, ook daarmee verhoogt de kans op wiegendood.