Lichaamstaal

Lichaamstaal van de baby

Baby lichaamstaal is meer dan alleen maar slapen en huilen.

Babytaal
Direct na de geboorte geven baby’s al met diverse houdingen en bewegingen aan of ze iets wel of niet prettig vinden. Dat noemen we lichaamstaal.
Het kost wel wat tijd en moeite om die taal van baby;s goed te begrijpen, maar als je er op gaat letten zie je steeds meer. En dan begrijp je die taal van de oogjes, handjes en het lijfje steeds beter. Alle kinderen over de hele wereld drukken zich uit met behulp van deze taal. het is hun manier om contact te maken met de buitenwereld. Het bijzondere ervan is dat deze lichaamstaal overal hetzelfde betekent!

Oogjestaal
Via de ogen krijgen baby’s tal van indrukken binnen, soms zelfs verwarrende veel. Pasgeborenen kijken je daarom vaak kort aan. Wat ze dan zien is al zoveel, dat ze daarna hun ogen afwenden om eerst deze nieuwe indrukken te gaan verwerken. Er zijn baby’s die je nog helemaal niet aan willen kijken. Die hebben al genoeg aan het verwerken va indrukken die ze opdoen met oppakken, voeden en knuffelen. Maar dan komt het moment dat ze je toch willen aankijken, al is het maar eventjes. En die momenten komen steeds vaker : het worden ‘ogenspelletjes’.
Ogenspelletjes zijn heel leuk om te doen. Je maakt om beurten oogbewegingen of andere bewegingen met je gezicht. De kunst is om je baby ook een kans te geven en zo het speltempo mee te laten bepalen en eigen initiatief te tonen. Als je goed kijkt, zie je hoe fijn ze dat vinden. Door ogenspelletjes leer je ook wat je baby wil zeggen met onze vorm van lichaamstaal. Enkele voorbeelden:

Volle blik: het echte aankijken betekent, de baby wil contact maken en krijgen
Een oogknip: betekent meestal een groet of herkenning van iets.
Naar iets in de omgeving kijken: je baby wil jouw aandacht vestigen op iets en vraagt of je mee wilt kijken
Neerslaan van de ogen: het spelletje loopt ten einde, je baby raakt vermoeid
Ogen blijven gesloten: de zakt daarbij op de borst en dat betekent dat je baby niet meer met je wil ‘praten’.

Handjestaal
Naast oogjestaal is handjestaal voor een baby een uitstekende manier om zich uit te drukken. Ook hiervan zijn enkele voorbeelden te geven die als regel de stemming van een baby weerspiegelen :

Duimpje in een gespannen vuistje: betekent dat je baby zich hevig inspant. Als de nageltjes in de handpalm worden gedrukt is je baby boos of wil zich afsluiten voor nog meer indrukken
Los knuistje: met de vingers los om de duim betekent rust ( meestal bij slaap)
Ontspannen knuistje: Met de duim naar buiten kan van alles betekenen, zowel afwachten wat er gaat komen als ook klaar zijn voor een spelletje
Gestrekt gespreide vingertjes: je baby is in een schriktoestand: het ging allemaal te snel, of er is een plotselinge nieuwe indruk van iets opgedaan, zijn de vingers minder gestrekt, dan is het een grijphandje
Vuistje tegen het afgewende hoofdje: een duidelijk vermoeidheidsteken dat wij als volwassenen ook wel eens gebruiken.

Hoe groter de baby wordt, des te meer kunnen de handjes je iets vertellen. Armbewegingen zijn ook heel belangrijk, Heftig op en neer gaande armen bijvoorbeeld geven een bepaalde opwinding weer . Prettige opwinding is een aanwijzing dat de baby een spelletje wil beginnen. In zo’n situatie leert de baby het meest.

Spanningen in de rug kun je eveneens ‘verstaan’. Als de baby een holle rug trekt, betekent dat ongemak en angst. Een soepele houding daarentegen geeft aan dat de baby zich op z’n gemak voelt.

Als je er goed over nadenkt, is de babytaal heel logisch. Peutertjes, die nog niet kunnen praten, verstaan elkaar prima, omdat ze geleerd hebben op elkaars lichaamstaal te letten.

Overpakken van de sfeer.
Baby’s concentreren zich al van het begin af aan op de lichaamstaal van hun ouders en verzorgers. Ze pakken de sfeer ook over, want ze willen graag bij je horen en meevoelen wat je zelf voelt. Ze kunnen daarom sterk reageren op stemmingen van ouders. Overwegend positieve indrukken verdienen de voorkeur. Maar een baby af en toe laten voelen dat je zelf verdrietig bent, is helemaal niet verkeerd. Zogenaamd opgewekt zijn en je ondertussen akelig voelen, is voor een baby heel verwarrend, want onze eigen lichaamstaal verraadt ons!

Belangrijke tips:

  • Zorg dat de gezichtsafstand tussen jou en je baby niet te groot is. Zet je voeten bijvoorbeeld op een bankje en leg je baby recht voor je op je bovenbenen. Het hoofdje ligt dan stabiel en jullie kunnen elkaar gemakkelijk aankijken. – Als je met je baby bezig bent, probeer dat dan in een omgeving te doen waar niet teveel andere geluiden hoorbaar zijn. De baby kan dan beter naar je luisteren.
  • Als de baby klanken laat horen, herhaal die dan ook, als bevestiging van ontvangst.
  • Kijk je altijd aan, ook tijdens het aan – en uitkleden, baden enz. Vertel je baby maar alle handelingen die je op het moment dot. Door te praten, te zingen en te bewegen gaat de bay jou ook aankijken. Het spel wordt nu voor beide parijen leuker.
  • Baby’s kunnen hun ongemak goed verdragen, wanneer ze een vertrouwde stem horen en regelmatig oogcontact hebben. Het is ook goed om steeds met een hand contact te houden met je baby, zodat zo’n kleintje zich niet compleet verlaten voelt. Het is een kleine moeite die rustgevend werkt.