Het sluitlaken

Met een sluitlaken omsluit je de romp van de kraamvrouw van onderkant ribben tot en met schaambeen met een stugge doek om steun te geven aan buik, rug en bekken.
In principe is het goed dat het steunapparaat ( buik- rug- en bodemspieren ) zo snel mogelijk weer in actie komt na de bevalling maar soms is het goed om een poosje te helpen.

Soms is extra steun van een sluitlaken aan te raden:
  • alle kraamvrouwen hebben een zekere mate van instabiliteit van het bekken. Als deze instabiliteit in het kraambed klachten geeft kan een sluitlaken helpen ( vooral laag en strak om het bekken vastmaken ).
  • Buikspieren kunnen door een zwangerschap zo slap geworden zijn dat het slecht functioneren van de buiksteun, klachten kan geven. Vooral de eerste dagen van het kraambed als de spieren nog moeten aansterken en de baarmoeder nog groot en zwaar is kan dit spierpijn en bandenpijn veroorzaken. ( vooral de buik steunen ).
  • Na de bevalling kan een lege buik soms een onprettig “ lege buikgevoel “ teweegbrengen. Net als bij het inbakeren van het kind kan een sluitlaken ook kraamvrouwen rust geven.
Belangrijk bij het aanleggen van een sluitlaken is:
  • de kraamvrouw moet goed platliggen
  • er moet een lege blaas en goed gecontraheerde baarmoeder zijn.
  • Het aanleggen doe je van boven naar beneden. De banden trek je aan, of de veiligheidsspelden zet je vast vanaf de taille richting het schaambeen.
  • De stevigheid van vastmaken hangt af van wat de kraamvrouw prettig vindt. Liggend moet het sluitlaken prettig zitten maar je moet je er ook mee kunnen bewegen.
  • Spieren moeten weer sterk worden en worden inactief en dus nog slapper door een sluitlaken. Het is dus belangrijk een sluitlaken tijdelijk te gebruiken of alleen als de kraamvrouw in actie is. Daarnaast zijn spieroefeningen erg belangrijk maar moeten die bij veel klachten soms in overleg met verloskundige of fysiotherapeut gedaan worden.
webdesign Flash3000 Productions Nieuwkoop